Over peuter pubers en koffiedames

Het was weer vroeg vanochtend. Heel vroeg. Om 5.55 uur kroop Vinnie bij ons in bed. Meestal is dat het startsein voor Lyla om te gaan protesteren, want zodra ze geluid hoort wil ze er ook bij zijn. Omdat manlief avonddienst heeft en dus laat thuis is sta ik om 6.25 uur met de kindertjes op. Even rustig ontbijten en daarna ploffen we op de bank voor Dora. Want Dora is favoriet in huize Waterman!
Vanwege het vroege ochtendtijdstip val ik in slaap en om 9.00 uur komt manlief naar beneden gerend. “Ik moet naar de tandarts!!” En ineens gaat er bij mij ook een lichtje branden. “We moeten naar het CB!!” Snel op zoek naar mijn agenda, wie was er ook alweer aan de beurt? Vinnie of Lyla? Vinnie is deze keer de pineut en dus springen we snel op de fiets (Mama, Vinnie en Lyla) en in de auto (Papa).
Met z’n drieen rennen we net op tijd binnen. De koffiejuffrouw vraagt of ik koffie wil drinken in de huiskamer. “Nee, bedankt, beetje haast!” kan ik nog net uitbrengen. Ik snap trouwens niet zo goed waarom ze de wachtkamer van het CB vol hebben gestouwd met speelgoed, want op het moment dat Vinnie sppelgoed ziet wil hij nergens meer heen. Dus dan maar de hele garage en dierentuin mee de spreekkamer in.
“Heeft u nog vragen?” Is het eerste wat de Cbarts zegt. “Euhm.. nee. Jullie hebben toch altijd vragen, dat is toch het hele punt hier??” Wil ik zeggen, maar ik beperk het tot een simpel “Nee, eigenlijk niet.” Vinnie mag blokjes gaan bouwen, vertellen wat hij kan zeggen en naar lampjes kijken. Heeft ie natuurlijk geen zin in, want het speelgoed is veel te leuk. De CBarts constateerd dat hij alles vast wel kan en we mogen weer gaan. Lekker nuttig.
In de wachtkamer kleed ik Vinnie aan terwijl hij met allerlei speelgoed speelt. “Wilt u nu koffie?” De koffiejuffrouw heeft ons ook weer gespot. “Nee, bedankt hoor!” probeer ik nog aardig, terwijl ik Vinnie’s arm met olifant en al door het armsgat probeer te wurmen.
Na 20 minuten eindelijk mijn ventje in de kleren te hebben zie ik dat ik zijn schoenen verkeerd om aan heb gedaan. Terwijl hij naar de glijbaan strompeld probeer ik zijn schoenen goed aan te doen. Lyla heeft haar jas gelukkig al aan dus we kunnen zo weg. Op het moment dat ik Vinnie in de houdgreep heb om zijn jas aan te doen, inmiddels onder luid protest, doet de koffiejuffrouw nog eens een poging: “Mevrouw, wil u nu koffie??” “Waar maakt u uit op dat ik koffie wil???” Roep ik bijna uit, maar ik houd me weer in. “Nee mevrouw, ik wil geen koffie, ik heb het druk!”.
De weg naar buiten is een drama. Duurt nog een kwartier extra omdat Vinnie zich om de drie stappen krijsend op de grond laat vallen. SPPPEEEELGGGGOOOOEEEEDDDD! Gos, kunnen ze eindelijk horen dat mijn zoon echt goed kan praten.
De worstelpartij op de fiets trekt uiteraard brede belangstelling. Fijn, al die mensen die niets te doen hebben op een dag. Net al ik beide kindjes op de fiets heb geparkeerd en dus bijna uit het zicht ben van het CB doet de koffiejuffrouw nog een laatste poging. “Mevrouw, komt u nu toch even koffie drinken!”

Ik tel heel langzaam tot 10 en vraag me af van wie ik op dit moment meer last heb. Van mijn gillende peuterpuber of van de vasthoudende koffiejuffrouw…. Zucht….